Voorjaarsbollen planten in oktober voor een kleurrijke lente
Als de bladeren beginnen te vallen en de avonden korter worden, lijkt de tuin vooral tot rust te komen. Toch is oktober een van de handigste maanden om vooruit te denken. Wat je nu in de grond stopt, beloont je over een paar maanden met de eerste kleur van het jaar. Tulpen, narcissen en krokussen hebben een koude periode nodig om in het voorjaar goed te bloeien, en die krijgen ze vanzelf als je ze in de herfst plant.
De grond is in oktober meestal nog niet bevroren, maar wel afgekoeld. Dat is ideaal: de bollen kunnen wortels vormen zonder meteen uit te lopen. In dit artikel lees je hoe je de juiste bollen kiest, hoe je ze slim combineert en hoe diep ze precies de grond in moeten.
Goede bollen kiezen
Een mooie lente begint bij gezonde bollen. Voel er even aan voordat je ze koopt: een goede bol is stevig, droog en vrij van schimmelplekken of zachte delen. Hoe groter de bol binnen dezelfde soort, hoe meer energie hij heeft opgeslagen en hoe forser de bloei meestal wordt. Kleine, verschrompelde exemplaren zijn vaak geen koopje, ook al zijn ze goedkoop.
Denk ook na over de plek in je tuin. Krokussen en narcissen doen het goed in gras of onder bomen die pas laat in blad komen, omdat ze bloeien voordat de schaduw toeslaat. Tulpen houden van een zonnige plek en grond die goed water doorlaat. Staat je tuin vaak drassig, meng dan wat zand of grof compost door de bodem, want natte voeten laten bollen snel rotten.
Combineren voor een lange bloeitijd
Het leukste aan voorjaarsbollen is dat je met een slimme combinatie maandenlang kleur kunt hebben. Krokussen openen het seizoen vaak al in februari of maart. Daarna nemen de narcissen het over in maart en april, en de tulpen sluiten af in april en mei. Kies binnen elke groep ook vroege en late soorten, dan rek je de bloei nog verder op.
Een populaire techniek is de lasagnemethode. Daarbij plant je bollen in lagen boven elkaar in één pot of plantvak: onderin de tulpen, daarboven de narcissen en bovenaan de krokussen. De bloemen komen na elkaar op, zodat dezelfde plek steeds opnieuw iets te bieden heeft. Vooral in potten op een terras of balkon werkt dit verrassend goed.
Wil je meer inspiratie voor kleurcombinaties of borders, dan vind je op tuinblogmagazine.nl uitgebreide artikelen en plantenadvies voor elk seizoen.
De juiste plantdiepte
Plantdiepte is waar het vaak misgaat. Een handige vuistregel is dat je een bol twee tot drie keer zo diep plant als hij hoog is. Plant je te ondiep, dan kunnen de bollen omvallen of last krijgen van vorst. Te diep planten kost ze juist te veel energie om boven de grond te komen. Zet de bol altijd met de punt omhoog; bij twijfel leg je hem op zijn zij, dan vindt de scheut zelf de weg.
- Tulpen: ongeveer 10 tot 15 cm diep, zo’n 10 cm uit elkaar
- Narcissen: ongeveer 10 tot 15 cm diep, 10 tot 15 cm uit elkaar
- Krokussen: ongeveer 5 tot 8 cm diep, 5 cm uit elkaar
- Plant liever in groepjes dan in rechte rijen, dat oogt natuurlijker
Planten in de praktijk
Kies een droge dag waarop de grond niet te nat is. Maak met een plantschepje of bollenplanter een gat op de juiste diepte, leg de bol erin en vul het gat weer met losse aarde. Druk de grond licht aan en geef een beetje water als het al een tijd droog is geweest. Daarna hoef je eigenlijk niets meer te doen: de herfstregen en de winterkou doen de rest.
Heb je last van muizen of eekhoorns? Die zijn dol op tulpen en krokussen. Narcissen laten ze meestal links liggen, omdat die giftig zijn. Je kunt kwetsbare bollen beschermen door ze in een draadmandje te planten of wat gaas over het plantvak te leggen tot de eerste scheuten verschijnen.
Na de bloei
Als de bloemen zijn uitgebloeid, is het verleidelijk om alles meteen weg te knippen. Laat het blad echter staan tot het geel wordt en vanzelf verwelkt. In die weken trekt de bol voedingsstoffen terug voor de bloei van volgend jaar. Knip alleen de uitgebloeide bloemhoofdjes weg, zodat de plant geen energie in zaad steekt. Narcissen en krokussen komen zo vaak jarenlang terug en breiden zich zelfs uit.
